Het opsporingsonderzoekWanneer een zaak bij het parket aanhangig wordt gemaakt, wordt dit verondersteld een
opsporingsonderzoek te voeren. Het opsporingsonderzoek wordt gedefinieerd als 'het geheel van daden om misdrijven te onderzoeken, de daders en bewijzen ervan op te sporen en de elementen te vergaren die nuttig zijn om de strafvordering uit te oefenen'. Soms is er geen sprake van een opsporingsonderzoek, omdat het parket onmiddellijk afstand doet van vervolging, de zaak onmiddellijk gerechtelijk laat onderzoeken, of de verdachte rechtstreeks naar de rechtbank verwijst (
zie verder §§ 4-5). Maar in de meeste gevallen voert het parket wel degelijk een voorbereidend onderzoek, waarin het zelf verschillende daden stelt en weer andere laat uitvoeren door de politie. In geval van betrapping op heterdaad van een wanbedrijf of misdaad mag het parket ook onderzoeksdaden verrichten die normaal aan de onderzoeksrechter zijn voorbehouden. Maar buiten die twee gevallen zijn de bevoegdheden van het parket dus veel beperkter dan die van de onderzoeksrechter.
- De meest klassieke onderzoekstechniek, die het parket altijd mag hanteren, is de ondervraging of het verhoor van slachtoffers, verdachten en getuigen.
- Indien nodig kan het parket ook iemand van zijn vrijheid beroven. Dat 'oppakken' kan gebeuren op eigen initiatief of op verzoek van de politie bij betrapping op heterdaad van wanbedrijf of misdaad. In geen geval mag deze vrijheidsberoving langer duren dan 24 uur. Als er ernstige aanwijzingen zijn voor schuld en het om ernstige feiten gaat, kan enkel de onderzoeksrechter een aanhoudingsbevel afleveren voor langere duur en zo iemand in voorlopige hechtenis plaatsen.
- Bij betrapping op heterdaad kan het parket een huiszoeking doen, zowel overdag als 's nachts. Een huiszoeking is ook mogelijk op verzoek of met akkoord van de betrokkene: de zogenaamde huiszoeking met toestemming. Zijn deze voorwaarden niet vervuld, dan kan enkel de onderzoeksrechter een huiszoekingsbevel afleveren. Voert het parket een huiszoeking uit zonder dat de wettelijke voorwaarden vervuld zijn, dan is er sprake van huisvredebreuk, wat een misdrijf is.
- Het parket heeft verder beperkte mogelijkheden inzake telefoonregistratie. Zo kan het aan een telecommaatschappij vragen de identiteit en de nummers van abonnees en gebruikers mee te delen. Bij betrapping op heterdaad van een misdrijf waarvoor de wet het afluisteren toestaat, kan het parket een zogeheten zoller-malicieux uitvoeren. Met die techniek kunnen verdachte telefoonnummers en personen gelokaliseerd worden. Zoller-malicieux is bovendien toegestaan in geval van telefoonterrorisme - hijgtelefoons of herhaalde oproepen zonder gesprek - althans wanneer het slachtoffer daarom verzoekt. Maar een zoller-malicieux die langer dan 24 uur duurt, moet door een onderzoeksrechter worden bevestigd.
- Bij gijzeling of afpersing met geweld of bedreiging kan het parket telefoongesprekken ook rechtstreeks afluisteren. Ook hier is na 24 uur een bevestiging van de maatregel door de onderzoeksrechter vereist.
- In tegenstelling tot bij een fouillering op het lichaam, is voor een onderzoek aan het lichaam (waarbij het 'geslachtelijk schaamtegevoel' kan worden gekwetst) altijd de toestemming van een magistraat nodig (zie reeds Afd. 1, 3, 3.3 over de politie). Het parket kan hier alleen maar toe overgaan voor wie op heterdaad betrapt wordt voor een wanbedrijf of een misdaad, voor het meerderjarige slachtoffer hiervan, of wanneer een meerderjarige schriftelijk instemt met zo’n onderzoek in aanwezigheid van een arts.
- In geval van betrapping op heterdaad, kan de procureur des konings verder deskundigen aanstellen.
- Bovendien is het parket gemachtigd om bezwarend materiaal in beslag te nemen, dat zijn alle elementen die aan de rechtbank opheldering kunnen verschaffen over de gepleegde feiten.
- Het parket zal natuurlijk ook in de mate van het mogelijke getuigenissen verzamelen.
Een aantal onderzoeksdaden kan het parket niet zelf verrichten, omdat ze te zwaar ingrijpen in het privé-leven van de betrokkene. Denk aan een autopsie, onderzoeken aan het lichaam (buiten het geval van heterdaad), langlopende telefoonregistraties, het openen van een verzegelde brief, de sluiting van een handelszaak. Voor zulke gevallen bestaat er een procedure die het
minionderzoek genoemd wordt. Dit laat de procureur des konings toe een beroep te doen op een onderzoeksrechter voor de uitvoering van een specifieke onderzoeksdaad, zonder dat er een gerechtelijk onderzoek wordt geopend. Het minionderzoek is evenwel onmogelijk voor de volgende daden: aanhoudingsbevel, afluisteren van telefoons, volledig anonieme getuigenis en huiszoeking. Dringen die maatregelen zich op, dan moet het parket de hele zaak dus toch aan een onderzoeksrechter overmaken.