Bijzondere voorzorgen ten aanzien van bepaalde personenZonder beschermd te zijn door een formeel recht op anonimiteit, verdienen sommige personen toch dat journalisten hen voorzichtig behandelen. Het gaat om slachtoffers van misdrijven, ongevallen of rampen, partijen in burgerlijke processen, personen die zelfmoord hebben gepleegd, allochtonen, verdachten, beklaagden of beschuldigden en veroordeelden.
1. Slachtoffers van misdrijven, ongevallen of rampenVoor de berichtgeving over slachtoffers van misdaden, ongevallen of rampen geldt de volgende regel:
'De uitgevers, de hoofdredacteuren en journalisten moeten iedere ongeoorloofde inmenging in persoonlijke pijn en smart vermijden, tenzij overwegingen in verband met de persvrijheid zoals onder artikel 1 bepaald, dit noodzakelijk maken.' (Code van Journalistieke Beginselen, punt 5.)
De bedoeling is om, zoals dat wetenschappelijk heet,
‘secundaire victimisatie’ te vermijden. Sommige redactiecodes bepalen dat van slachtoffers enkel de voornaam en de eerste letter van de familienaam gegeven wordt. Zeker bij slachtoffers van een inbraak wordt er best op toegezien geen gedetailleerde adresgegevens te publiceren.
Wat foto's en filmbeelden betreft, nemen de meeste redacties doorgaans de gepaste terughoudendheid in acht. In de mate van het mogelijke vraagt de beeldjournalist toestemming om opnamen te maken. Elke weigering van het slachtoffer moet worden gerespecteerd.
Sommige redacties verbieden het vrijgeven van beelden van dodelijke slachtoffers, zeker als ze herkenbaar zijn. Maar er bestaan uitzonderingen op deze regel: een bijna spreekwoordelijk geworden uitzondering betreft het beeld van de vermoorde politicus André Cools.
Met een richtlijn, afgekondigd in 2003, heeft de Raad voor de Journalistiek erop aangedrongen dat journalisten, bij het zoeken naar informatie, geen ongepaste druk zouden uitoefenen op de slachtoffers en hun omgeving. De pers moet zich onthouden van intimidatie en valt de betrokkenen niet aanhoudend lastig. De richtlijn vraagt de pers ook om intieme, familiale of rouwplechtigheden met respect te verslaan, en om daarbij rekening te houden met de wens van de betrokkenen.
In een beslissing van 11 december 2003 (2003-09) is een journalist door de Raad voor de Journalistiek op de vingers getikt omdat hij, kort na een familiedrama, herhaaldelijk de familie had benaderd om foto's of aanvullende informatie te verkrijgen. "Een journalist moet in beginsel, kort na de gebeurtenissen, het leed van slachtoffers en hun omgeving respecteren en hij zal ze bijgevolg niet herhaaldelijk lastig vallen", aldus de Raad voor de Journalistiek.
Texto
VLAAMSE RAAD VOOR DE JOURNALISTIEK - RICHTLIJN
De problematiek van de privacy is veel ruimer dan de omgang met slachtoffers alleen. De Raad voor de Journalistiek geeft er de voorkeur aan om zich nu te beperken tot dit aspect, omdat hierover vragen en klachten zijn binnengekomen. Andere aspecten van het respect voor de privacy kunnen later aan bod komen.
Richtlijn over de omgang van de pers met slachtoffers
De pers houdt steeds rekening met het recht op privacy en met de menselijke waardigheid. Het recht op informatie wordt steeds afgewogen tegen het recht op privacy.
De pers is terughoudend bij het publiceren van namen en identiteitsgegevens en bij het maken en verspreiden van foto’s of beelden van slachtoffers van ongevallen, rampspoed of misdrijven.
De bekendheid of de maatschappelijke positie van de slachtoffers, of de maatschappelijke relevantie van de feiten, kunnen de identificatie verantwoorden.
Bij het zoeken naar informatie oefent de pers geen ongepaste druk uit op de slachtoffers of hun omgeving. Zo onthoudt de pers zich van intimidatie en valt ze de betrokkenen niet aanhoudend lastig.
De pers verslaat intieme, familiale of rouwplechtigheden met respect en houdt daarbij rekening met de wens van de betrokkenen.
Zowel mediadirecties, hoofdredacteurs en eindredacteurs als journalisten hebben de bijzondere plicht te waken over de correcte naleving van de beginselen van de privacy in het algemeen en deze beginselen in het bijzonder.
Toelichting
Sinds zijn ontstaan heeft de Raad voor de Journalistiek verschillende klachten ontvangen van mensen die plots in het nieuws zijn gekomen als slachtoffer van criminaliteit, ongevallen of rampen. Betrokkenen doen hun beklag over de manier waarop zij door de pers zijn behandeld, niet alleen in de verslaggeving maar ook, en soms vooral, bij de nieuwsgaring. Zij voelen zich daarbij in hun privé-leven geraakt.
De problematiek wordt al behandeld in de bestaande beroepsethische codes. Artikel 5 van de ‘Verklaring der plichten van de journalist’ (1971) luidt: “Zich ertoe verplichten het privé-leven van de personen te eerbiedigen.” Artikel 5 van de ‘Code van journalistieke beginselen’ (1981) luidt: “De uitgevers, de hoofdredacteuren en journalisten moeten de individuele waardigheid en privacy respecteren; zij moeten iedere ongeoorloofde inmenging in persoonlijke pijn en smart vermijden, tenzij overwegingen i.v.m. de persvrijheid zoals onder artikel 1 bepaald, dit noodzakelijk maken.”
De Raad voor de Journalistiek bevestigt deze principes, maar vindt het noodzakelijk om ze aan te vullen met een concrete richtlijn over de omgang van de pers met slachtoffers. In vergelijking met enkele tientallen jaren geleden is de invloed van het beeld bij de verslaggeving veel groter geworden. De grotere concurrentie zet journalisten ook aan om indringend op te treden bij het verzamelen van informatie.
Toch moet het duidelijk zijn dat ook andere belangen, zoals het respect voor de privacy en de menselijke waardigheid, steeds mee in rekening moeten worden gebracht en soms zelfs de doorslag kunnen geven bij de beslissing om bepaalde informatie al dan niet te brengen. Elementen die mee in overweging worden genomen, zijn de gevoelens van de slachtoffers en hun omgeving, en ook de mogelijke nadelige gevolgen die de bekendmaking van identiteitsgegevens kan veroorzaken.
Goedgekeurd door de Raad voor de Journalistiek op 13 november 2003.
2. Partijen in burgerlijke processen (buiten echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed)Burgerlijke processen, buiten echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed, zijn openbaar en gerechtelijke uitspraken worden publiekelijk voorgelezen. Niets belet de pers dus in principe om voluit te berichten over burgerlijke procedures en de diverse partijen die daarin betrokken zijn. Toch zullen journalisten ook hier de gebruikelijke regels van terughoudendheid inzake persoonsgegevens in acht nemen.
3. Gevallen van zelfdodingDe Raad voor Deontologie van de AVBB heeft al enige malen beslist dat
niets de media verhindert om te berichten over gevallen van zelfmoord. Ook verslaggeving over zogeheten familiedrama’s (gecombineerde moord en zelfmoord) kan maatschappelijk relevant zijn. Bij het publiceren van namen en andere persoonsgegevens moet echter de grootste terughoudendheid in acht worden genomen en gelden de algemene regels inzake privacy.
Berichtgeving over zelfdoding houdt bovendien een gevaar van imitatie in, vooral bij mensen die al een verhoogd risico hebben. Dat is wetenschappelijk aangetoond: minder berichten over zelfdoding betekent minder gevallen van zelfdoding. De pers dient hiermee bij de berichtgeving rekening te houden. Daarom hebben de Raad voor de Journalistiek en de VVJ, samen met enkele wetenschappers, in 2004 een folder uitgebracht met een aantal 'Aanbevelingen voor de berichtgeving over zelfdoding'.
Naast respect voor de privacy van de betrokkenen en de nabestaanden, wordt in de aanbevelingen gevraagd dat de pers alles in het werk zou stellen om imitatie te voorkomen. Dit kan onder meer door dramatisering te vermijden. Is het noodzakelijk om het bericht op de voorpagina te plaatsen, en moet er beeldmateriaal bij ? Voorts wordt gevraagd om beschrijvingen te vermijden, omdat de kans op imitatie groter is wanneer de methode wordt vermeld. Ook positieve bekrachtiging of verheerlijking van mensen die zelfdoding hebben gepleegd, is uit den boze.
Download de brochure "Zelfdoding en de pers".4. AllochtonenNog een specifiek geval betreft de vermelding van nationaliteit, huidskleur of etnische origine van een persoon. Daarover vaardigde de AVBB in 1994 een reeks 'Aanbevelingen voor de informatie met betrekking tot allochtonen' uit. De belangrijkste aanbeveling is dat nationaliteit, huidskleur of etnische origine idealiter alleen vermeld worden
'wanneer deze informatie relevant is voor het bericht'. De tekst vermeldt verder:
'Vermijd onverantwoorde veralgemeningen en polariseringen; Vermijd nodeloos problematiseren en dramatiseren; Behoud een kritische kijk op extreem-rechts en racisme.'Texto
AANBEVELINGEN VOOR DE BERICHTGEVING OVER ALLOCHTONEN
Deze Aanbevelingen zijn in 1994 door de AVBB in samenwerking met het Centrum voor Racismebestrijding op papier gezet na uitgebreid media-onderzoek. De Aanbevelingen hebben niet het karakter van formeel deontologische normen, wat niet belet dat de Raad voor Deontologie van de AVBB ze desgevallend wel in zijn beoordelingen betrekt.
1. VERMELD NATIONALITEIT, GEBOORTELAND, ETNISCHE AFKOMST, HUIDSKLEUR, RELIGIE OF CULTUUR ALLEEN ALS DEZE INFORMATIE RELEVANT IS VOOR HET BERICHT
Een mogelijke test om de relevantie van de informatie na te gaan, bestaat er in de betreffende eigenschappen te vervangen door 'tegenhangers', of nog door kenmerken die verband houden met autochtonen. Meer in het algemeen zou men volgende twee zaken tegen elkaar kunnen afwegen: de schade voor het bericht wanneer de informatie niet gegeven wordt, en de schade voor de betrokkenen wanneer de informatie wel wordt vermeld.
2. VERMIJD ONVERANTWOORDE VERALGEMENINGEN EN POLARISERINGEN
2.1 Veralgemeningen
Aanbevolen wordt de berichtgeving over allochtonen waar dat relevant is te nuanceren. Een mogelijkheid daartoe is de vermelding dat wat op zeker ogenblik in algemene termen wordt gesteld, niet noodzakelijk voor alle allochtonen geldt. Of de vermelding dat zeker niet alle allochtonen het eens zijn met dit of dat standpunt.
2.2 Polariseringen (wij-zij perspectief)
Aanbevolen wordt dergelijke polarizeringen zoveel mogelijk te vermijden. Eerder dan een overdreven beklemtoning van de verschillen, dringt zich meer aandacht op voor de gelijkenissen tussen mensen.
3. VERMIJD NODELOOS PROBLEMATISEREN EN DRAMATISEREN
3.1 Aanbevolen wordt allochtonen vaker in 'gewone' situaties aan bod te laten komen in de media, zodat ze meer als 'gewone' burgers in de samenleving worden aangezien.
3.2 Daarnaast wordt aanbevolen dat migranten meer op een positieve manier in de media aan bod worden gebracht. Een mogelijkheid daartoe is het geven van meer duiding en achtergrondinformatie, die toelaten het weergegeven nieuws adequaat te begrijpen. Nieuwsitems moeten niet alleen een antwoord formuleren op wie-, wat-en waar-vragen, maar zoveel mogelijk ook op vragen over het hoe en waarom.
4. ZORGVULDIGHEID, WEDERWOORD EN RECHTZETTINGEN
4.1 Aanbevolen wordt de grootst mogelijke zorgvuldigheid aan de dag te leggen in de berichtgeving over allochtonen.
Met de basisterminologie, schrijfwijze van allochtone namen, cijfermateriaal en bronnen moet zorgvuldig worden omgesprongen.
4.2 Voor wat lezersbrieven betreft, wordt aanbevolen om lezersbrieven die allochtonen betreffen, systematisch vooraf voor te leggen aan een redactielid dat met het onderwerp vertrouwd is.
5. EXTREEM RECHTS EN RACISME KRITISCH INKADEREN
Aanbevolen wordt duidelijk te maken van wie de betreffende uitspraken of standpunten afkomstig zijn en in welk verband ze dienen geplaatst. Waakzaamheid is ook hier geboden voor het stelselmatige desinformeren vanwege extreem-rechtse groeperingen. Een stapje verder is racistische uitspraken aan te vullen met tegengestelde opvattingen. Lezersbrieven met racistische inhoud kunnen ook niet zonder meer gepubliceerd worden.
6. EEN BERICHT IS NIET AF ALS HET GESCHREVEN IS
Aanbevolen wordt de definitieve vormgeving van elk bericht, en met name de keuze van titels en beeldmateriaal, zo goed mogelijk op te volgen.
Texto
EEN 'ASIELZOEKER' IS NOG GEEN 'ILLEGAAL'
Geactualiseerde verklarende woordenlijst in verband met allochtonen
Uit de AVBB-aanbevelingen van 1994
met dank aan het Centrum voor Racismebestrijding voor de actualisering
Allochtoon
Neologisme, tegengesteld aan ‘autochtoon’ of oorspronkelijke bewoner. Term die opgeld maakt en die neutraler is dan het woord ‘migrant’. Drukt uit dat de persoon, zijn ouders of grootouders uit een ander land afkomstig zijn.
Het merendeel van de allochtonen hebben een permanent verblijfsstatuut.
Asielzoeker
Persoon die een beroep heeft gedaan op de asielprocedure.
Buitenlander
Zie vreemdeling (kan ook voor toeristen gebruikt worden).
Clandestien
Persoon die hier verblijft zonder papieren en die zich niet wil kenbaar maken bij de overheid.
Eerste, tweede, derde generatie
Wijst op de opeenvolgende generaties van migranten aanwezig in België. De eerste generatie omvat de mensen die op een volwassen leeftijd naar België uitweken, de tweede hun kinderen aan. De derde generatie zijn hun kleinkinderen die door wijziging van de nationaliteitswijziging in principe automatisch Belg worden. Voor de tweede generatie is de nationaliteitswetgeving versoepeld.
Economische vluchteling
Persoon die zijn land ontvlucht om economische redenen en die zijn toekomst wil uitbouwen in een ander land. Sinds ’74 is er in België een migratiestop voor arbeidsmigranten, zodat veel nieuwe arbeidsmigranten de facto economische vluchtelingen zijn.
Etnische minderheden
Bruikbaar voor de omschrijving van een groep allochtonen uit één land van herkomst, en die zich dikwijls in het gastland in een maatschappelijke achterstandssituatie bevinden. Enerzijds betreft het inwoners die kwantitatief minder in aantal zijn dan de meerderheidsgroep in het betreffende land; anderzijds behoren deze mensen tot een etnische groep waarvan de kenmerken nogal kunnen variëren: een ander land van oorsprong, een andere moedertaal, een andere godsdienst of religie, mogelijk andere lichamelijke kenmerken, andere waarden, normen en opvattingen, enzovoort. Niet te gebruiken voor individuen: ‘lid van een etnische minderheidsgroep’ is minder juist; veel mensen voelen zich geen ‘lid’. Termen als ‘etnische jongeren’, 'etnische ondernemers' of ‘etnische personen’ hebben geen zin: ieder mens is etnisch.
Gastarbeider
Aanduiding voor laag- of gewoon geschoolde mensen die meestal in het kader van bilaterale akkoorden immigreren met het oog op een betere tewerkstelling en een hoger inkomen in het gastland. De term is ontstaan in de tijd dat uitgegaan werd van de tijdelijke aanwezigheid van migranten, maar is nu in onbruik geraakt.
Geregulariseerde asielzoeker
Iemand die asiel vroeg, maar om andere dan asielredenen toch gemachtigd werd om in België teverblijven (omwille van lange procedure, ziekte, humanitaire redenen…). Niet te verwarren met een erkend vluchteling (zie verder). Zie ook regularisant.
Geregulariseerde illegaal
Iemand die een positieve beslissing heeft gekregen op de vraag om zijn onregelmatig verblijfsstatuut regelmatig te maken, zonder dat hij daarom België moest verlaten. Zie ook regularisant.
Illegaal
Vreemdeling die op een niet-legale wijze in een land verblijft, zonder over de nodige verblijfsdocumenten te beschikken (zie clandestien).
Illegale vluchteling
Persoon die asiel heeft aangevraagd maar niet erkend is als vluchteling en niettemin in ons verblijft ondanks een uitwijzingsbevel.
Kandidaat vluchteling (idem kandidaat asielzoeker)
Persoon die zijn land ontvlucht en wiens asielaanvraag ontvankelijk is verklaard in afwachting van een uitspraak ten gronde. Het statuut van vluchteling is gebaseerd op de Conventie van Genève, die vijf redenen voorziet om als vluchteling erkend te worden, te weten vervolging op basis van ras, van godsdienst, van nationaliteit, van politieke overtuiging of van de sociale groep waartoe men behoort. Meestal wordt de term ‘politieke vluchteling’ gehanteerd, hoewel dit slechts één van de vijf gronden is om erkend te worden als vluchteling.
Mensen zonder papieren (sans papiers, documentlozen)
Grote verzamelnaam voor letterlijk mensen die zonder enige geldige verblijfsdocumenten in het land verblijven. Hieronder vallen dus de illegale vluchtelingen, maar ook bij voorbeeld de buitenlandse studenten wier tijdelijke verblijfsvergunning verloopt.
Hieruit afgeleid is de term 'kandidaat voor papieren'.
Migrant
Iemand die vanuit een ander land geëmigreerd is om in een nieuw land langdurig of definitief te verblijven en te werken. In België is de term verengd tot allochtonen van niet-Europese afkomst, meer in het bijzonder mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst, die in het kader van gastarbeid naar België zijn gekomen en waarbij zich vaak een problematiek van maatschappelijke achterstelling of discriminatie voordoet.
Moslim
Aanhanger van de islam. Gebruik liever niet ‘islamiet’ wat volgens veel moslims een onjuiste afleiding is van islam.
Nieuwkomer
Nieuwe migrant die zich in het kader van een bestaande procedure (vluchteling, gezinshereniging,..) bij de overheid aanmeldt voor inschrijving.
Politiek vluchteling
Zie kandidaat vluchteling
Regularisant
Iemand die een vraag tot regularisatie heeft ingediend en wacht op een antwoord.
Uitgeprocedeerde (asielzoeker)
Persoon die op het einde van de asielprocedure niet het statuut van vluchteling heeft gekregen en die alle beroepsmogelijkheden heeft uitgeput. Is een positieve benaming voor illegale vluchteling. Opgelet, deze verschilt van ‘afgewezen asielzoeker’, die in een bepaalde fase van de asielprocedure een negatief bericht heeft gekregen, maar die daarom nog niet uitgeprocedeerd is (en dus nog beroepmogelijkheden heeft).
Vluchteling (= erkend vluchteling)
Asielzoeker die de hele asielprocedure heeft doorlopen en wiens aanvraag gegrond is verklaard. Het statuut dat hem verleend wordt door de Conventie van Genève over de Vluchtelingen, biedt hem bescherming door het land waar zijn asielaanvraag is goedgekeurd.
Vreemdeling
Juridische term voor een persoon die niet de Belgische nationaliteit heeft en die, naargelang het statuut, kan ingeschreven zijn in een bevolkings-of vreemdelingenregister.
Niet wenselijk als ermee verwezen wordt naar allochtonen in het algemeen, omdat de aanduiding ‘vreemdheid’ benadrukt.
De wet van 30 juli 1981 bestraft intussen alle daden die worden ingegeven door racisme en vreemdelingenhaat. Die wet wordt steeds meer toegepast door de rechtbanken, nu persmisdrijven ingegeven door racisme onttrokken zijn aan de bevoegdheid van het assisenhof. Voortaan worden zij berecht door de correctionele rechtbank (zie hoger, Deel 2, Hoofdstuk 1, Afd. 2, 1, 1.2.).
5. Verdachten/beklaagden/beschuldigden
Een proces verloopt openbaar, enkele uitzonderingen niet te na gesproken (zie hoger, Deel 3, Hoofdstuk 1, Afd. 3). Dit betekent dat in principe ook de namen van beklaagden en beschuldigden publiek zijn.
Toch houden de deontologische codes zich veelal aan het principe dat de namen van verdachten (tijdens het onderzoek) en beklaagden of beschuldigden (tijdens het proces) niet worden genoemd, uitzonderingen niet te na gesproken. Dat belet dus niet dat de praktijken redactie per redactie zeer verschillend kunnen zijn.
Verdachten, beklaagden of beschuldigden beschikken trouwens niet enkel over een zeker recht van privacy, ze kunnen zich tevens beroepen op het vermoeden van onschuld (zie verderop, Hoofdstuk 4, Afd. 1).
6. Veroordeelden
De rechtscolleges spreken hun vonnissen en arresten uit in het openbaar, enkele uitzonderingen niet te na gesproken (zie hoger, Deel 3, Hoofdstuk 1, Afd. 3). Dit betekent dat in principe ook de namen van veroordeelden publiek zijn.
Toch houdt de pers zich veelal aan het principe dat de namen van veroordeelden niet worden genoemd. Sommige redacties voegen daar eigen codes aan toe, en geven een naam pas voluit vanaf een veroordeling tot bijvoorbeeld een jaar. Bij lichtere veroordelingen worden dan bijvoorbeeld enkel de voornaam en de eerste letter van de familienaam gegeven.
Het strafregister bevat eigenlijk informatie die openbaar is, gelet op de openbaarheid van de gerechtelijke uitspraken. Toch verleent dit een privé-persoon nog geen recht op algemene toegang tot het strafregister.
Over het bijhouden en verwerken van persoonsgegevens in de gerechtelijke sfeer, ook door journalisten, zegt de privacy-wet van 1992 een en ander: zie supra Deel 3, Hoofdstuk 3, Afd. 7.