logo
home updates pdf links contact nl
Deel 1: Het gerecht
Inleiding
Intro
Afd. 1: Rechtsbronnen
Afd. 2: Rechtstakken
Afd. 3: De rechtsstaat
Intro
Intro
1. De particulieren ...
2. De advocaat
3. Politie
4. Het openbaar ...
5. De zittende ...
Intro
Intro
§ 1: De vrederechter
§ 2: De rechtbank ...
§ 3: Rechtbank ...
§ 4: Arbeidsrechtbank
§ 5: Arrondissementsrechtbank
§ 1: Hof van beroep, ...
§ 2: Arbeidshof
Intro
2.1. Politierechtbank
2.2. Correctionele ...
2.3. Hof van assisen
2.4. Hof van beroep, ...
2.5. Een stukje ...
3. Jeugdrechtbank, ...
4. Hof van Cassatie
Overzicht
Intro
1. De burgerrechtelijke ...
§ 1: Algemeen
§ 2: Het begin ...
§ 3: Het opsporingsonderzoek
§ 4: Het einde ...
§ 5: Het gerechtelijk ...
§ 6: De onderzoeksgerechten: ...
§ 7: Overzichtsschema ...
§ 1: Het begin ...
§ 2: Het verloop ...
§ 3: Het einde ...
§ 4: Beroepsmiddelen
§ 5: Gevolgen van ...
§ 6: Voorwaardelijke ...
§ 7: Strafblad
3.1. Kort geding
3.2. De rechtsmiddelen ...
3.3. Einde van ...
3.4. Verjaring
Nieuw document
Intro
Afd. 1: Raad van ...
Afd. 2: Arbitragehof
Afd. 3: Andere ...
Intro
Afd. 1: Europees ...
Afd. 2: Europees ...
Afd. 3: Internationaal ...
Afd. 4: Internationaal ...
Intro
Afd. 1: Wraking
Afd. 2: Tucht
Afd. 3: De Hoge ...
Afd. 4: De Comités ...
Afd. 5: Parlementaire ...
Deel 2: De pers
Intro
Intro
Afd. 1: Organisatie ...
Intro
1. De juridische ...
2. De deontologische ...
3. De instanties ...
Intro
Afd. 1: Algemeen
Afd. 2: Belang ...
Afd. 3: Informatie ...
Afd. 4: De Raad ...
Deel 3: Bronnen van de ...
Intro
Intro
1. Algemeen
2. Tijdstip en ...
3. Bestemmelingen ...
4. Methoden van ...
5. Specifieke bepalingen ...
6. Bijlage: de ...
Afd. 2: Informatieverstrekking ...
Afd. 3: Informatieverstrekking ...
Afd. 4: Informatieverstrekking ...
Afd. 5: Informatieverstrekking ...
Intro
Afd. 1: Beperkingen ...
Inleiding
1. Standpunt van ...
2. Standpunt van ...
3. Standpunt van ...
4. Naar een toenadering ...
5. Informatie en ...
Intro
Afd. 1: Betalen ...
Afd. 2: Betaald ...
Afd. 3: 'Overvaljournalistiek'
Afd. 4: Van observeren ...
Afd. 5: Documenten ...
Afd. 6: Undercovertechnieken
Afd. 7: Bijhouden ...
Deel 4: Gerechtelijke verslaggeving
Intro
Hfdst. 1: Recht ...
Hfdst. 2: Correcte informatie
Intro
Afd. 1: Bronvermelding
Afd. 2: Hoor en ...
Afd. 3: Gerechtelijke ...
Afd. 4: Rechtzetting ...
Hfdst. 3: Respect voor ...
Intro
Afd. 1: Algemeen
Afd. 2: Portretrecht ...
Afd. 3: Het recht ...
Afd. 4: Bijzondere ...
Hfdst. 4: Het vermoeden ...
Intro
Afd. 1: Het vermoeden ...
Afd. 2: Laster, ...
Afd. 3: Recht op ...
Hfdst. 5: De pers en het ...
Intro
Afd. 1: Het belang ...
Afd. 2: Respect ...
Afd. 3: Niet roemen ...
Afd. 4: Bescherming ...
Deel 4: Gerechtelijke verslaggeving > Hfdst. 4: Het vermoeden van onschuld en het recht op vergetelheid > Afd. 1: Het vermoeden van onschuld pdf
Het vermoeden van onschuld


Strikt genomen is er geen enkele wettelijke bepaling die de pers dwingt om 'het vermoeden van onschuld' van verdachten of beklaagden te respecteren. Dat is alleen een verplichting voor de overheid. Magistraten en politiemensen moeten een verdachte of beklaagde als onschuldig beschouwen tot hij veroordeeld is.

De rechtspraak dwingt de media echter om wel degelijk met het vermoeden van onschuld rekening te houden. In het belangrijke arrest Worm versus Oostenrijk van 29 augustus 1997 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bevestigd dat ook journalisten het vermoeden van onschuld, zoals omschreven in artikel 6 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens, moeten respecteren, ook ten aanzien van publieke personen en politici. In de genoemde zaak had een Oostenrijkse journalist bezwarende artikelen gepubliceerd over een voormalige minister van Financiën, die moest terechtstaan voor een correctionele rechtbank, bestaande uit professionele en niet-professionele rechters. Maar daarmee had de journalist wel de kansen van de politicus op een eerlijk proces aanzienlijk verminderd en een soort pseudoproces gevoerd in de media. Dit dreigde het vertrouwen van het publiek in de rol van het gerecht te ondermijnen, aldus het EHRM.

De burgerlijke rechtscolleges leggen de pers op het vermoeden van onschuld in acht te nemen via artikel 1382 Burgerlijk Wetboek. Een onterecht bevonden beschuldiging kan dan worden beschouwd als een nadeel, dat aanleiding kan geven tot schadeloosstelling. Bij dit soort zaken houden de rechters ook rekening met de toon van de berichtgeving, het eventuele dooreenlopen van feiten en commentaar, de gebruikte titels en tussentitels, het gepubliceerde illustratiemateriaal.

Ook de klassieke journalistieke codes voorzien niet letterlijk in de plicht het vermoeden van onschuld te respecteren (de term is als dusdanig niet gebruikt in de twee deontologische codes, zie Deel 2, Hoofdstuk 1, Afd. 2, 2). Toch zijn alle journalisten zich ervan bewust dat ze hier een belangrijke verantwoordelijkheid hebben, en in de regel springen ze dan ook zeer voorzichtig om met het noemen van namen of het vrijgeven van beelden van verdachten of beklaagden. De deontologische plicht voor de journalist om het vermoeden van onschuld te respecteren, vloeit voort uit een combinatie van twee andere al vermelde formele plichten: respect voor de feiten (zie hoger, Hoofdstuk 2) en respect voor privacy (hoger, Hoofdstuk 3) (Verklaring van de Rechten en Plichten van de Journalist, plichten 1 en 5).

De meeste redactiecodes voorzien wel in uitzonderingen voor:
  • verdachten die publieke figuren zijn en verdacht worden van feiten die te maken hebben met hun publieke bekendheid;
  • verdachten in grote, maatschappelijk relevante dossiers;
  • verdachten tegen wie grote verdenkingen bestaan en die een risico inhouden voor de samenleving (recidivisten, voortvluchtigen).

Aanbevelingen van de AVBB

HET VERMOEDEN VAN ONSCHULD, OOK EEN KWESTIE VAN STIJL

Het vermoeden van onschuld kan grofweg op twee manieren worden gerespecteerd: de journalist kan ofwel het verhaal met het gepaste voorbehoud brengen (zie hoger, Hoofdstuk 2), ofwel kiest hij ervoor de verdachte of beklaagde niet te identificeren (zie hoger, Hoofdstuk 3).
In de praktijk kan op het volgende worden gelet:

  • schrijf eenzijdige en belastende informatie in voldoende mate toe aan een bron;
  • trek informatie voldoende na;
  • pas voldoende wederhoor toe, zeker als het om ernstige beschuldigingen gaat (weigert de betrokkene een wederwoord te verlenen, of bevindt hij zich in de onmogelijkheid dat te doen, dan moet de journalist hiervan melding maken);
  • maak een duidelijk onderscheid tussen de feiten en het commentaar;
  • gebruik de juiste terminologie, bijvoorbeeld: niet ‘dader' als het 'verdachte' moet zijn;
  • bericht op neutrale toon: niet 'de verdachte liegt' als het 'de verdachte ontkent de feiten' moet zijn;
  • maak afdoende gebruik van aanhalingstekens, van de voorwaardelijke of vragende stijl (zonder die evenwel te misbruiken);
  • herinner er regelmatig en uitdrukkelijk aan dat een verdachte, beklaagde of beschuldigde geacht wordt onschuldig te zijn zolang het gerecht geen bewijs heeft geleverd van zijn schuld;
  • wees voorzichtig met verwijzingen naar mogelijke straffen: de meeste misdaden worden gecorrectionaliseerd;
  • let goed op titels, foto's, filmbeelden en ander illustratiemateriaal;
  • laat je niet verleiden tot 'naming and shaming'-campagnes, zoals de jongste jaren te zien is geweest in een bepaalde Britse pers, maar ook op een Belgische internetsite in verband met veronderstelde pedofielen.