Recht op vergetelheid
Hebben personen - slachtoffers en daders (of vermoedelijke daders) - die in het verleden in aanraking kwamen met het gerecht als slachtoffer, als vrijgesprokene of als (ex-)veroordeelde, het recht om daar na verloop van tijd niet langer aan herinnerd te worden in de media?
De wet voorziet in enkele technieken waarmee het gerecht de spons kan vegen over iemands criminele verleden: de verjaring, de automatische schrapping van politieboetes, het eerherstel en de amnestie. Maar er is geen enkele wet die de media oplegt om het verleden van ex-verdachten of ex-veroordeelden te ontzien. Dat neemt niet weg dat sommige rechtspraak deze gewezen klanten van justitie toch een ‘recht op vergetelheid’ gunt, als een toepassing van het recht op privacy.
Voor de pers is het respecteren van een absoluut 'recht op vergetelheid' problematisch, gelet op de informatietaak die ze hebben. Toch moet een journalist zich altijd afvragen of het oprakelen van bepaalde feiten het algemeen belang dient. Daarbij valt rekening te houden met twee elementen: gaat het om publieke figuren of om privé-personen, en hoeveel tijd is er sinds de feiten verstreken? Zo is er een groot verschil tussen een bericht waarin de veroordeling van een politicus voor collaboratie in herinnering wordt gebracht en een bericht waarin een modale burger, x aantal jaren na de feiten, in verband wordt gebracht met een aanklacht wegens diefstal.
Het 'recht op vergetelheid' stelt specifieke eisen op het vlak van illustratiemateriaal. Foto's en filmbeelden verliezen snel hun actualiteitswaarde. Archiefmateriaal zal dan ook alleen opnieuw worden gepubliceerd of uitgezonden met de vermelding dat het om archiefmateriaal gaat.
Over het recht op vergetelheid gaat het ook in de Aanbeveling REC(2003)13 van het Ministercomité van de Raad van Europa, waarvan de tekst integraal is opgenomen in Deel II, Hoofdstuk 2, Afdeling 4. Meer bepaald de principes 17 en 18 verdienen hier alle aandacht.