Arbitragehof
Het Arbitragehof werd opgericht in 1980. Twaalf rechters zetelen erin: zes ex-parlementsleden en zes ervaren juristen, evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen. Ze worden door de koning voor het leven benoemd aan de hand van een dubbele lijst die afwisselend wordt voorgedragen door de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat. Behalve de rechters zijn er ook nog maximaal 24 referendarissen (een soort adviseurs). Het Arbitragehof beoordeelt de dossiers met een samenstelling van 7 of 12 rechters. Bij een samenstelling met 7, gaat het om 3 Nederlandstaligen, 3 Franstaligen en een voorzitter. De voorzitter van Hof is volgens een jaarlijkse beurtrol een Nederlandstalige of een Franstalige.
Het Arbitragehof is het
Belgisch grondwettelijk rechtscollege. Het controleert de overeenstemming van de wetten, decreten en ordonnanties met de grondwet. Een belanghebbende burger kan het hof vatten met een vordering tot vernietiging. Zo’n initiatief kan ook uitgaan van de ministerraad, de regering van een gewest of gemeenschap en de voorzitter van een wetgevende vergadering op verzoek van twee derden van haar leden. De laatste drie eisers zijn in vergelijking met een burger 'bevoorrecht' in de zin dat ze niet moeten rechtvaardigen met welk belang ze handelen.
Het Arbitragehof kan nagaan of een wet, decreet of verordening de regels voor de verdeling van de bevoegdheden tussen de federale staat en de federale entiteiten in acht neemt. Het kan ook nagaan of een wet, een decreet of een verordening respect betoont voor de rechten en vrijheden van de Belgen, zoals vermeld in titel II van de grondwet, en de grondwettelijke bepalingen in verband met de belastingen en de rechten van vreemdelingen. De vordering tot vernietiging moet in principe worden ingediend binnen de zes maanden na de publicatie van de norm in het Belgisch Staatsblad. Wordt een wettelijke, decretale of verordeningsbepaling ongrondwettig bevonden, dan vernietigt het Arbitragehof ze.
Het Arbitragehof antwoordt ook op zogeheten prejudiciële vragen. Dat zijn vragen van gewone rechtscolleges over de grondwettigheid van een wet, decreet of verordening die zij moeten toepassen op het geschil dat bij hen is aanhangig gemaakt. Het speelt daarbij geen rol wanneer de betwiste norm in werking is getreden. De vraag is prejudicieel in die zin dat ze wordt gesteld door een rechtscollege tijdens een lopend proces - dus vooraleer er definitief recht gesproken wordt.
Kopieën van uitgesproken arresten zijn, op de dag van de zitting al, op eenvoudige aanvraag verkrijgbaar op het Arbitragehof zelf.
Voor meer informatie over de opdrachten en de organisatie van het Arbitragehof: www.arbitrage.be