AlgemeenMen kan van een journalist moeilijk verwachten dat hij alle domeinen beheerst die in de 'algemene berichtgeving' worden behandeld. Nieuwsredacties zijn daarom gewoonlijk opgesplitst in afdelingen die elk over een specifiek aspect van de actualiteit berichten: politiek, justitie, economie, sociale zaken, cultuur, media, sport, buitenland, wetenschap en technologie, lifestyle, mode, reizen...
Ook voor de gerechtelijke informatie werken de meeste redacties met gespecialiseerde journalisten. Dat is ongetwijfeld een praktijk die aanbeveling verdient. Niet alleen heeft een nieuwsmedium zelf veel baat bij onderlegde en goed ingewerkte verslaggevers, ook politie en justitie werken het liefst met reporters die ze kennen en in wie ze vertrouwen stellen. Natuurlijk krijgt elke journalist, ook de niet-specialist, wel eens te maken met een dossier dat gerechtelijke implicaties heeft: politieke of economische journalisten die een 'affaire' onthullen, sportjournalisten die een geval van doping aan het licht brengen, modejournalisten die lucht krijgen van fraude of oplichting...
Gerechtelijk nieuws is er in allerlei soorten.
Een klassieker zijn de faits divers: verkeersongevallen, branden, rampen.
'Fait divers' moeten permanent bereikbaar en beschikbaar zijn voor hun redacties. Ze komen op hun weg vooral politiemensen tegen.
Politie-acties en strafonderzoeken vormen een ander 'nieuwswaardig' onderwerp. Nieuws hierover is te vinden bij de politiediensten en de parketten. De grote politiediensten en de meeste parketten geven tegenwoordig dagelijks briefings en hebben doorgaans een permanent bereikbare woordvoerder.
Traditioneel is er ook heel wat nieuws te puren uit
processen. Procesverslaggeving eist echter een bijna constante aanwezigheid op de rechtbank en steeds minder redacties voelen voor die arbeidsintensieve bezigheid, hoewel assisenzaken wel populair blijven voor het publiek.
Meer dan eens krijgen journalisten te maken met
'affaires'. De beruchtste voorbeelden uit de voorbije decennia zijn die van de Bende van Nijvel, de corruptiezaken rond Agusta en Dassault, de zaak-Cools en de zaak-Dutroux. De berichtgeving leidt over het pad van zowel de politieke als de gerechtelijke journalistiek. Ze vereist dan ook een grote voorkennis.
Soms komt een journalist zelf een affaire op het spoor. Dan spreekt men van
onderzoeksjournalistiek. Het gebeurt dat justitie op basis van die berichtgeving een eigen onderzoek begint.
Gerechtelijk nieuws is steeds minder aan grenzen van tijd en ruimte gebonden. Zo werd enkele jaren geleden in Brussel het proces heropend van Irma Laplasse, die kort na de Tweede Wereldoorlog veroordeeld was wegens collaboratie. Volgens de familie van Laplasse en volgens het openbaar ministerie waren er sindsdien immers nieuwe bewijselementen opgedoken.
'Herziening in strafzaken' heet zo’n bijzondere (en uitzonderlijke) procedure. Een dergelijk proces accuraat verslaan veronderstelt behalve juridische ook geschiedkundige voorkennis.
Ten slotte zijn de Belgische of internationale rechtscolleges onder bepaalde voorwaarden bevoegd voor de berechting van
misdaden tegen de menselijkheid, genocide en oorlogsmisdaden (voorbeelden zijn de veroordelingen wegens 'onmenselijk gedrag' tijdens de voorbije burgeroorlogen in Rwanda en ex-Joegoslavië). Een gerechtsjournalist kan vandaag dan ook geroepen worden verslag te doen van gebeurtenissen die zich in het verre buitenland afspeelden in plaats van binnen de landsgrenzen (
zie Deel 1, Hoofdstuk 4).