Informatie en het geheim van het onderzoekIn de delen 3 en 4 van dit Vademecum gaan we uitvoerig in op de regels in verband met gerechtsjournalistiek, zowel op het niveau van de informatiegaring (
deel 3) als op dat van de informatieverstrekking (
deel 4).
Vast staat dat de grote twistappel tussen pers en gerecht de vraag betreft of over lopende gerechtelijke onderzoeken kan worden bericht. Terwijl journalisten vinden dat ook dit grotendeels tot het publieke domein behoort, roept het gerecht het principe in van het geheim van het onderzoek.
Journalisten argumenteren dan dat het publiek het recht heeft te weten hoe het gerecht zijn opsporings-, vervolgings- en seponeringsbeleid voert, zelfs wanneer het niet tot een openbare rechtszaak komt. Een ander argument is dat media-aandacht kan tegengaan dat onderzoeken niet (of onvoldoende) worden doorgezet.
Het gerecht van zijn kant meent dat de pers door te willen informeren tegen elke prijs, zowel het onderzoek zelf als de particulieren die erin betrokken zijn kan schaden. Met name het vermoeden van onschuld komt in het gedrang, wordt gezegd. Het noemen van namen van verdachten kan leiden tot een publieke veroordeling die niet alleen voorbarig is, maar bovendien ernstigere gevolgen kan hebben voor het privé-leven dan een gerechtelijke veroordeling.
Het Europese Hof voor de Mensenrechten (EHMR) heeft zich intussen herhaaldelijk over dit spanningsveld uitgesproken, en hanteert daarbij als uitgangspunt dat de pers het publiek vrijuit moet kunnen informeren over het werk van het gerecht. Een belangrijk arrest, aangaande The Sunday Times uit 1979, bepaalt dat ook gerechtelijke onderzoeken media-aandacht moeten kunnen krijgen. Het Hof voegt daar wel onmiddellijk aan toe dat journalisten met de nodige omzichtigheid moeten berichten over gerechtelijke zaken, zeker wanneer het nieuws betreft uit de fase van het onderzoek.
In gerechtszaken zijn er inderdaad verschillende partijen betrokken, met telkens hun eigen rechten en belangen:
- verdachten, die aanspraak kunnen maken op het recht van privacy, het vermoeden van onschuld en het recht op veiligheid;
- de slachtoffers, die evenzeer het recht op privacy en het recht op veiligheid kunnen laten gelden;
- getuigen, voor wie privacy en veiligheid even goed van belang zijn;
- politie en gerecht, die uit zijn op een onderzoek dat leidt tot een rechtvaardig proces;
- de politieke overheid tot slot, die er alle belang bij heeft dat berichtgeving over criminaliteit of 'affaires' niet tot een uitholling van de democratie en van de rechtsstaat leidt.
Zoals de persvrijheid haar grondslag vindt in fundamentele wettelijke bepalingen (de Grondwet, artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens), zo hebben ook de andere genoemde rechten een wettelijke basis in de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 6: recht op een eerlijke rechtsbedeling inclusief het vermoeden van onschuld; artikel 8: recht van privacy). Het gaat er dus om een juist evenwicht te vinden.
In het derde en het vierde deel van dit Vademecum gaan we uitvoerig in op een reeks specifieke normen die respectievelijk de omgang met informatiebronnen en het vrijgeven van informatie aan het publiek betreffen.
Texto
ARTIKEL 6 - VAN HET EUROPEES VERDRAG VOOR DE RECHTEN VAN DE MENSRecht op een eerlijk proces- Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privé-leven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.
- Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.
- Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, heeft in het bijzonder de volgende rechten:
- a. onverwijld, in een taal die hij verstaat en in bijzonderheden, op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging;
- b. te beschikken over de tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging;
- c. zich zelf te verdedigen of daarbij de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd advocaat te kunnen worden bijgestaan, indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen;
- d. de getuigen à charge te ondervragen of doen ondervragen en het oproepen en de ondervraging van getuigen à décharge te doen geschieden onder dezelfde voorwaarden als het geval is met de getuigen à charge;
- e. zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk, indien hij de taal, die ter terechtzitting wordt gebezigd niet verstaat of niet spreekt.
ARTIKEL 8 - VAN HET EUROPEES VERDRAG VOOR DE RECHTEN VAN DE MENSRecht op eerbiediging van privé-leven, familie- en gezinsleven- Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé-leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
- Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.