|
Undercovertechnieken
Een journalist maakt zich in principe kenbaar als journalist tijdens het uitoefenen van zijn beroep. Ook dat valt onder de verplichting van eerlijkheid die opgenomen is in de ethische codes. Journalisten die niet met open vizier op de mensen toestappen, spelen eigenlijk vals. Dat geldt ook voor het gebruik van verborgen camera's en verborgen microfoons.
Toch wordt algemeen aanvaard dat journalisten om informatie te vergaren soms wel een valse identiteit gebruiken, 'undercover opereren' genoemd. De belangrijkste voorwaarde is dat het nieuws een voldoende groot maatschappelijk belang moet hebben. De Raad voor Deontologie van de AVBB eist verder dat er met de gewone nieuwsgaringstechnieken niet aan de beoogde informatie te komen is. Undercover gaan moet met andere woorden de enige overblijvende mogelijkheid zijn.
In 1995 moest de Raad voor Deontologie van de AVBB oordelen over de klacht van een exploitante van een Brussels 'massagesalon', bij wie een journaliste zich undercover aangemeld had als sollicitante. Op die manier had de exploitante de journaliste allerlei gedetailleerde informatie verstrekt die ze nooit meegedeeld zou hebben als ze geweten had dat het om een journaliste ging. De Raad voor Deontologie heeft de journaliste er toen op gewezen dat 'alle middelen om informatie te achterhalen moeten zijn uitgeput, eer een journalist er mag van afzien om zich als dusdanig bekend te maken. Zich niet identificeren als journalist moet het ultieme wapen blijven.' De Raad betreurde verder 'dat de journaliste onzorgvuldig was geweest in het onherkenbaar maken van klaagster en van haar zaak, zodat sommige lezers haar hebben kunnen herkennen.'
De Vlaamse Raad voor de Journalistiek boog zich onlangs over de undercovertechniek naar aanleiding van het bezoek van een VTM-journalist in de cel van Marc Dutroux. De journalist was in het gezelschap van een senator in de cel van Dutroux geraakt zonder zijn beroep te vermelden, en had een gesprek met de gevangene opgenomen. In de ogen van de Raad voor de Journalistiek heeft de journalist geen enkele fout begaan door zijn identiteit en zijn beroep te verbergen voor het personeel van de strafinrichting.
Enkele wettelijke bepalingen manen echter tot voorzichtigheid aan. Zo zijn beroepstitels als advocaat of arts uitdrukkelijk beschermd, en wordt elk gebruik ervan door onbevoegden strafrechtelijk beteugeld.
Naar analogie met wat voor politiemensen geldt, wijzen we nog op het gevaar dat infiltratie kan uitmonden in provocatie. Het lijdt geen twijfel dat ook undercover werkende journalisten nooit zo ver mogen gaan dat ze zelf laakbare, laat staan strafbare handelingen uitlokken.
|