Hof van Cassatie Dit hof, waarvan er slechts één is voor het hele land, omvat drie kamers, die op hun beurt in twee afdelingen zijn onderverdeeld. De eerste kamer berecht burgerlijke zaken en handelszaken, de tweede strafzaken en de derde sociale zaken. De andere zaken worden door de eerste voorzitter verdeeld over deze drie kamers.
In principe houdt elke kamer zitting met vijf raadsheren, onder wie de voorzitter.
Het Hof van Cassatie doet uitspraak over de
voorzieningen in cassatie ingesteld tegen beslissingen van de hoven en rechtbanken gewezen in laatste aanleg, zowel in burgerlijke zaken als in strafzaken. Alszodanig vertegenwoordigt dit hof de top van de gerechtelijke piramide. Het oefent controle uit over het procedureverloop in alle rechtscolleges. De wet spreekt van toezicht op de schending van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereisten. Voorbeelden zijn: de miskenning van het principe van het tegensprekelijk debat, de niet-motivering van een beslissing. Het Hof van Cassatie controleert daarnaast of de rechter in laatste aanleg de wet correct heeft geïnterpreteerd en toegepast.
Telkens zijn er twee mogelijkheden:
- Indien het Hof van Cassatie het beroep ongegrond acht, verwerpt het dit en wordt het vonnis of arrest definitief.
- Stelt het Hof procedurefouten of een foutieve interpretatie van de wet vast, dan vernietigt het de aangevochten uitspraak en verwijst het de zaak naar een ander rechtscollege met dezelfde rang als het rechtscollege dat de vernietigde uitspraak heeft gedaan. 'Cassatie' betekent vernietiging, vandaar ook de naam Hof van Cassatie. Het Hof spreekt zich dus nooit zelf uit over de feiten (of de grond) van de zaak. Naargelang van het geval wordt het dossier dus verwezen naar een andere rechtbank van eerste aanleg of een ander hof van beroep. Maar dat nieuwe rechtscollege is niet gebonden door de zienswijze van het Hof van Cassatie. Tegen de nieuwe uitspraak ten gronde kan overigens opnieuw cassatieberoep worden ingesteld. Vernietigt het Hof van Cassatie ook de nieuwe uitspraak, dan verwijst het de zaak naar nog een andere rechtbank of een ander hof. Daar moet men zich dan wel schikken naar het cassatiearrest.
Het parket van het Hof van Cassatie heeft uitsluitend een adviserende rol. Alleen gespecialiseerde advocaten (advocaten bij het Hof van Cassatie) mogen er pleiten, behalve in strafzaken. In strafdossiers volgt de advocaat immers zijn cliënt gedurende de hele procedure, zelfs tot in cassatie. De advocaten bij het Hof van Cassatie zijn beperkt in aantal en worden door de koning benoemd.
Het Hof van Cassatie is verder bevoegd voor bepaalde controlemaatregelen betreffende magistraten: de onttrekking van een zaak aan een rechter, verhaal op de rechter, disciplinaire vervolgingen en afzetting van magistraten. In al die gevallen doet het Hof wel uitspraken ten gronde. Het Hof van Cassatie is niet langer bevoegd voor de berechting van ministers, die rechtsmacht hebben de hoven van beroep overgenomen (
zie hoger in deze Afd. onder 2, 2.4).
De uitspraken van het Hof van Cassatie heten
arresten.
Er zijn geen verdere rechtsmiddelen in België. Maar als alle nationale rechtsmiddelen uitgeput zijn, bestaat nog de mogelijkheid om een verzoekschrift in te dienen bij het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg (
zie verder Hoofdstuk 4).
Voor meer inlichtingen over de samenstelling van het Hof van Cassatie en voor de integrale tekst van de arresten van het Hof van Cassatie sinds 1 januari 1990, zie: http://www.juridat.be/cass/cass_nl/p1.php