De rechtbank van eerste aanleg, burgerlijke kamers
Er is één rechtbank van eerste aanleg per gerechtelijk arrondissement; in totaal zijn er 27. De rechtbank van eerste aanleg is ingedeeld in drie afdelingen: de burgerlijke rechtbank (of rechtbank van eerste aanleg, burgerlijke kamers), de correctionele rechtbank (of rechtbank van eerste aanleg, correctionele kamers) en de jeugdrechtbank.
Elke burgerlijke rechtbank bestaat uit meerdere kamers, die elk uit één of drie rechters bestaan.
De burgerlijke rechtbank is in eerste aanleg bevoegd voor alle
burgerlijke vorderingen - schadegevallen, onbetaalde facturen enzovoort -
van meer dan 75.000 frank/1.860 euro. Ongeacht het bedrag van de inzet behandelt zij ook
echtscheidingen en
problemen inzake afstamming, betwistingen over de uitvoering van vonnissen en arresten, geschillen over het recht van antwoord en betwistingen over een belastingaanslag. Deze rechtbank heeft ook een residuaire bevoegdheid: ze beoordeelt alle geschillen die niet expliciet zijn toegewezen aan een andere rechtbank.
De rechtbank van eerste aanleg, burgerlijke kamers, beslecht verder het
hoger beroep tegen de 'burgerlijke' (dus niet de 'commerciële') vonnissen van de vrederechters, althans wanneer de inzet 50.000 frank/1.240 euro overschrijdt (indien de waarde van het geschil gelijk is aan of lager is dan 1.240 euro, is er geen hoger beroep mogelijk). De rechtbank van eerste aanleg, burgerlijke kamers, behandelt tevens de hogere beroepen tegen vonnissen in eerste aanleg van de politierechtbanken, althans voor wat betreft het ‘burgerlijke’ aspect van de schadevergoeding die voortvloeit uit een verkeersongeval. In al die gevallen zetelt de rechtbank van eerste aanleg dus in tweede aanleg.
Tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg is er
hoger beroep mogelijk bij het
hof van beroep, behalve als het gaat om een bedrag tot en met 1.860 euro of als de wet het anders heeft geregeld. Wanneer de rechtbank van eerste aanleg in tweede aanleg uitspraak doet ingevolge hoger beroep tegen een beslissing van het vredegerecht of de politierechtbank, rest enkel nog de mogelijkheid van een beroep bij het Hof van Cassatie. Het gaat niet om een derde aanleg aangezien het Hof van Cassatie niet meer de grond van de zaak behandelt, maar enkel de toepassing van de procedure- en rechtsregels controleert.
Binnen de rechtbank van eerste aanleg functioneert ook nog een
beslagrechter, die zetelt als enige rechter en zelfs zonder inmenging van het openbaar ministerie. De koning duidt hem aan onder de rechters van de rechtbanken van eerste aanleg. De beslagrechter is bevoegd voor alle eisen in verband met bewarend beslag en de tenuitvoerlegging van beslissingen. Hij behandelt deze kwesties ten gronde, maar hij wordt aangezocht volgens de formaliteiten van het kort geding (
zie verder Afd. 3).
http://www.juridat.be/eerste_aanleg/index.htm